(placeholder)

Bier en ezels                                  (december 2016)

In 1904 brak er in Wales een grote opwekking uit. Binnen twee jaar kwamen 100.000 mensen tot geloof in Jezus. Dat waren vaak mensen met een zwaar bestaan, mijnwerkers en fabrieksarbeiders. Tot dan toe zochten velen van hen een uitlaatklep in bier en sterke drank. Maar tijdens de vloedgolf van deze opwekking werden de cafés steeds leger en de kerken steeds voller. De enorme veranderingen in zoveel mensenlevens hadden ook een groot maatschappelijk effect. Mensen legden ruzies bij, betaalden schulden terug, en de misdaadcijfers daalden opzienbarend.


Zelfs op dieren had de opwekking uitwerking. Zo is er een beroemd verhaal over ezels in de mijnen. Die moesten ondergronds de wagentjes met kolen trekken. Maar door de opwekking werden ze ongehoorzaam. Ze waren namelijk gewend om met vloeken en schoppen gecommandeerd te worden. En toen de arbeiders zich massaal bekeerden, werd er niet meer gevloekt en geschopt. De ezels wisten niet waar ze aan toe waren, en het duurde een poos voordat ze gehoorzaamden aan nieuwe bevelen, zoals ‘halleluja, vooruit!’

De sporen van deze opwekking zijn nog steeds op allerlei manieren zichtbaar. De belangrijkste gevolgen zijn geestelijk: de opwekking sloeg over naar de Verenigde Staten en leidde daar tot de geboorte van de pinksterbeweging die de afgelopen eeuw voor veel vernieuwing zorgde over de hele wereld.

Toen ik een paar jaar geleden in Wales was, zag ik nog heel veel kerkgebouwen uit die tijd. De bestaande kerken waren al snel veel te klein om alle bekeerlingen te bevatten, en dus werden overal nieuwe kerken gebouwd. Maar de tijden zijn veranderd. In veel van die kerken, die honderd jaar geleden uitpuilden van de mensen, komen nu nog maar kleine gemeenschappen bij elkaar. Andere kerkgebouwen staan op het punt om gesloopt te worden. Sommige worden gebruikt voor andere doelen. Zo zag ik zelfs een kerk die was omgebouwd tot bar! Dat lijkt net een omkering van de geschiedenis.


Ik zit er persoonlijk niet zo mee dat de bestemming van een kerkgebouw verandert. Het is uiteindelijk maar een stapel stenen. En ik denk dat we ons niet zozeer moeten verzetten tegen de omstandigheden, maar in de gegeven omstandigheden het goede moeten doen. Toen ik eens bij mijn zoon in Engeland was, zag ik dat jonge mensen daar gewoon samen bijbelstudie deden in de pub. Beer and bible, noemden ze dat. In hun eigen situatie leefden ze het evangelie.


Wat in Wales en daarna gebeurde was een geweldig wonder, dat nog steeds doorwerkt in heel veel mensenlevens. Maar God heeft in de geschiedenis altijd op heel verschillende manieren gewerkt. Soms gaat het snel en overweldigend, soms gaat het langzaam en bijna onzichtbaar. Het verhaal van Jozef in Egypte is een mooi voorbeeld van de langzame manier waarop God kan werken. Een jongen van zeventien jaar kwam als slaaf in Egypte aan. Hij had daar een korte levensverwachting, want slaven werden snel ‘opgebruikt’. Niemand zou een cent hebben gegeven voor zijn mogelijkheden. Maar hij was in die onmogelijke omstandigheden goed en trouw, zoals God van ons allemaal vraagt, en God kon door hem heen uiteindelijk miljarden mensen zegenen. Want door zijn onooglijke trouw ontstond het volk Israel, kon Jezus komen, en kunnen mensen vrede vinden met God. Zelfs die grote gebeurtenissen in Wales en daarna werden uiteindelijk mogelijk doordat ooit iemand, Jozef, goed en trouw was in zijn eigen kleine wereld.


Is dat niet een mooie uitdaging voor het nieuwe jaar? Laten we ons voornemen om allemaal Jozefs te zijn, in onze eigen kleine wereld. Doe met Gods hulp het goede, ook als de omstandigheden niet altijd geweldig zijn. Je hebt echt geen idee wat God dan kan doen, ook als jij het zelf niet ziet.


(placeholder)