(placeholder)

Jong en oud                                   (november 2016)

Zo begon een kinderboek uit mijn vroege jeugd. Het maakte blijkbaar indruk op me, want ik kan het nu nog citeren, bijna zestig jaar later. Er werd in het boekje een beeld geschetst van een gezellige oudere heer, die plezier had in de eenvoudige genoegens van het leven. Overigens kan je wel zien hoe de tijden veranderen: een kinderboek met een rokende meneer erin komt nu vast niet meer voor!


Maar dat beeld van dat genoeglijke meneertje heeft zich wel in mijn geheugen vastgezet. Zelf ben ik nagenoeg zonder opa’s en oma’s opgegroeid. Ik heb dus nauwelijks persoonlijke ervaring met het fenomeen van een ouder familielid die altijd tijd voor je had om dingen uit te leggen, om een spelletje te doen, of om er gewoon maar gezellig voor je te zijn. Zo heeft meneer Bobijn voor mij lange tijd als voorbeeld-opa gediend.

Maar op een zeker moment merkte ik dat niet alle oude mensen hetzelfde waren. Sommige opa’s en oma’s leken inderdaad op meneer Bobijn. Die waren rustig en mild voor de mensen om hen heen. Maar er bleken ook opa’s en oma’s te zijn die helemaal niet zo gezellig waren. Die waren mopperig en bromden bij het minste of geringste. En mijn kinderbrein stelde vast dat mensen op twee manieren oud konden worden: ze konden zacht worden of ze konden zuur worden. En zo jong als ik was besloot ik dat ik later bij de eerste categorie moest horen: ik zou als oude man niet zuur worden, maar zacht. Een dappere beslissing voor een kind van een jaar of zeven, acht.


Intussen weet ik wel dat een mens zulke keuzes niet helemaal in eigen hand heeft. Om te beginnen speelt het karakter waarmee je bent geboren al een belangrijke rol. En daarnaast maken mensen soms zulke verschrikkelijke dingen mee in hun leven dat het maar al te begrijpelijk is als hun kijk op het leven daardoor ernstig verkleurt.


Ik heb mijn kinderlijke mening over ouder worden dan ook moeten bijstellen. Het zijn niet alleen oude mensen die voor de keus staan om zoet of zuur te zijn. Iedereen, jong en oud, staat telkens weer voor de keus hoe om te gaan met de mooie en de moeilijke dingen van het leven. En hoe je daarmee omgaat, vormt je als mens. Wat ik als kind zag bij oude mensen was niet iets van hun oude dag, maar de vrucht van een heel leven. De zuurheid of mildheid van oudere mensen komt niet uit de lucht vallen, maar is het resultaat van een levenslang groeiproces. Wat dat betreft was het dus niet zo gek dat ik daar als klein jongetje al een besluit over nam.


Als ik zie hoe we soms als christenen in het leven staan, dan kunnen we nog wel iets leren van die gemoedelijke meneer Bobijn. Al dat gemopper op elkaar in christelijke kring, ik word er soms moedeloos van. Meteen overal een mening over, en vaak een mening die uitgaat van een negatieve beoordeling van de ander. Ik vind dat de kerk soms wel een portie van dat oude kinderboek kan gebruiken. En dat geldt voor jong en oud. De mildheid van je karakter wordt uiteindelijk gevormd door de bereidheid om de ander lief te hebben in plaats hem te beknorren. En daar moeten we allemaal mee oefenen. Jong geleerd is oud gedaan, zeggen die ouwetjes dan met zo’n ouderwets spreekwoord …

(placeholder)

Meneer Bobijn wist niet wat hij zou doen:

Zou hij een pijpje gaan roken in zijn tuinhuisje?

Of zou hij een wandelingetje maken in het dorp?