(placeholder)

Liefdevol of fanatiek?                         (januari 2016)

(placeholder)

Op internet raakte ik in gesprek met een oude bekende. Laat ik hem voor het gemak Jan noemen. Ik kende Jan als een aardige en gedreven man en zijn enthousiasme voor het evangelie was altijd hartverwarmend. Maar nu merkte ik dat hij in de loop van de tijd wel tamelijk extreme ideeën had ontwikkeld, wat het geloof betreft. Hij wilde mij bovendien perse overtuigen van zijn gelijk. Het leek wel alsof ik voor hem nu een tegenstander was geworden in plaats van een broeder. Het werd een moeizaam en onpersoonlijk gesprek.


Nu ben ik zelf in zulke gesprekken altijd heel terughoudend. Ik vind het veel belangrijker om een persoonlijke band te houden met mensen dan om het altijd met elkaar eens te zijn. Natuurlijk is het goed om met elkaar te praten over geloofszaken, maar gekibbel over standpunten vind ik een onnodige verspilling van energie. Die energie gebruik ik liever om verbinding te zoeken met de ander - ook al lukt dat natuurlijk niet altijd.

In de middeleeuwen

Dit gesprek deed mij denken aan het boek dat ik aan het lezen was, een boek over Engeland in de middeleeuwen. Veel mensen hebben bij de middeleeuwen een beeld van duistere tijden, maar het was een tijd waarin mens en maatschappij bloeiden en zich ontwikkelden. Zo las ik tot mijn verrassing dat Engeland rond het jaar 1000 een door en door christelijke natie was. Overal in het land stonden kerken en kerkjes, en die speelden een belangrijke rol in het leven van mensen. Het geloof was een zaak van het dagelijks leven.


Ontwikkeling

Maar wat mij opviel in het boek, was dat de samenleving een opvallende ontwikkeling doormaakte. Eerst was er redelijke voorspoed en een tamelijk tolerante maatschappij, maar later werd het leven zwaarder door epidemieën en economische tegenslagen. De verdraagzaamheid nam af en de zwakkeren in de maatschappij moesten het ontgelden. Zo werden bijvoorbeeld in 1290 alle joden uit Engeland verdreven. Maar ook vrouwen kregen steeds minder respect en minder rechten. Uiteindelijk ontstonden in die sfeer ook de heksenvervolgingen, waarvan vooral alleenstaande oudere vrouwen het weerloze slachtoffer werden. De wrede behandeling van deze vrouwen gebeurde onder het mom van een soort geloofszuiverheid, maar het vervolgen van mensen heeft natuurlijk niets meer te maken met de liefde van God.


Dwepen

Daar moest ik aan denken na dat gesprek met mijn oude kennis. Ik las in mijn boek dat een hele maatschappij kan veranderen van een redelijk evenwichtige, en min of meer christelijke mentaliteit, naar een onpersoonlijk vijanddenken waarin de liefde voor de medemens ver op de achtergrond is geraakt. En ik zag aan mijn gesprek met Jan dat ook een individuele mens zo’n soort ontwikkeling kan doormaken en dat toewijding en liefde kan omslaan in dweperij en ongevoeligheid.


Gebed

Toen ik die avond in bed lag, besloot ik voor Jan te bidden, omdat hij voor mijn gevoel zo de weg was kwijtgeraakt. Ik begon te bidden: ‘Heer, wilt u Jan terugbrengen bij u …’ , en meteen merkte ik dat dat een verkeerd gebed was. Het was alsof de Geest me op de vingers tikte: ‘Wat zeg jij nou? Wat matig jij je aan? Jan is mijn kind, hij hoort bij mij en het is niet aan jou om te oordelen over zijn positie bij mij’. Ik veranderde mijn gebed: ’Heer, wilt u Jan onderwijzen?’ En zo kon ik wel voor Jan bidden.


Schaamte en dankbaarheid

Ik schaamde mij wel een beetje dat ik in mijn gebed eigenlijk net zo veroordelend was als degene voor wie ik bad. Maar ik was tegelijk erg dankbaar voor deze terechtwijzing. Liefde is immers niet vanzelfsprekend, en zelfs eerder bovennatuurlijk. We moeten er steeds weer aan herinnerd worden, en dat is eigenlijk maar goed ook.